Jaarrekening

Balans per 31 december 2018

ACTIVA

(in duizenden euro's)

ACTIVA
  2018 2017
A. VASTE ACTIVA    
I Vastgoedbeleggingen    
1. DAEB vastgoed in exploitatie 638.231 557.884
2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 30.761 32.079
3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 7.316 853
  676.308 590.816
     
II Materiële vaste activa    
4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 893 1.195
     
III Financiële vaste activa    
5. Latente belastingvordering(en) 2.025 1.939
6. Overige effecten 1 0
  2.026 1.939
     
B. VLOTTENDE ACTIVA    
I Voorraden    
7. Overige voorraden 380 430
  380 430
     
II Vorderingen    
8. Huurdebiteuren 268 343
9. Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.087 0
10. Overige vorderingen 135 311
12. Overlopende activa 202 49
  1.693 703
     
III Liquide middelen 6.479 3.205
     
Totaal activa 687.779 598.288

PASSIVA

(in duizenden euro's)

PASSIVA
  2018 2017
C. EIGEN VERMOGEN    
13. Herwaarderingsreserve 369.682 305.127
14. Overige reserve 112.797 97.714
  482.479 402.841
     
D. VOORZIENINGEN    
15. Voorziening reorganisatiekosten 85 0
16. Overige voorzieningen 320 139
  405 139
     
E. LANGLOPENDE SCHULDEN    
17. Schulden/leningen overheid 7.467 7.953
18. Schulden/leningen kredietinstellingen 180.500 168.356
  187.966 176.309
     
F. KORTLOPENDE SCHULDEN    
19. Schulden aan overheid 486 464
20. Schulden aan kredietinstellingen 7.956 7.597
21. Schulden aan leveranciers 2.441 2.381
22. Belastingen en premies sociale verzekeringen 112 4.443
23. Schulden ter zake van pensioenen 41 0
24. Overige schulden 1.866 354
25. Overlopende passiva 4.025 3.761
  16.927 18.999
     
Totaal passiva 687.778 598.288

Winst-en-verliesrekening over 2018

  2018 2017
26. Huuropbrengsten 39.128 38.513
27. Opbrengsten servicecontracten 1.904 1.658
28. Lasten servicecontracten 1.725 1.798
29. Lasten verhuur en beheeractiviteiten 777 1.258
30. Lasten onderhoudsactiviteiten 12.318 13.275
31. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 8.184 6.763
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 18.027 17.077
     
32. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 2.724 2.219
33. Toegerekende organisatiekosten -30 -50
34. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.718 -1.704
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 976 465
     
35. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.021 -257
36. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 72.468 3.156
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 69.447 2.899
     
37. Opbrengst overige activiteiten 0 24
Netto resultaat overige activiteiten 0 24
     
Overige organisatiekosten 3.122 1.448
Leefbaarheid 518 732
     
38. Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1 0
39. Rentelasten en soortgelijke kosten -7.734 -7.822
Saldo financiële baten en lasten -7.734 -7.822
     
Resultaat voor belastingen 77.078 10.462
     
40. Belastingen 2.559 -2.191
     
Resultaat na belastingen 79.637 8.271

Kasstroomoverzicht 2018

1. (A) Operationele activiteiten

1. (A) Operationele activiteiten
  2018 2017
Ontvangsten:    
1.1 Huren 39.068 38.952
1.1.1 Zelfstandige huurwoningen DAEB 36.025 35.683
1.1.2 Zelfstandige huurwoningen niet-DAEB 577 603
1.1.3 Onzelfstandig wooneenheden Daeb 107 134
1.1.5 Intramuraal Daeb 1.095 1.145
1.1.7 Maatschappelijk onroerend goed 76 93
1.1.8 Bedrijfsmatig onroerend goed 836 883
1.1.9 Parkeervoorzieningen Daeb 0 21
1.1.10 Parkeervoorzieningen niet-Daeb 352 390
1.2 Vergoedingen 2.355 1.788
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 278 301
1.5 Renteontvangsten 0 1
Saldo ingaande kasstromen 41.701 41.042
     
Uitgaven:    
1.6 Erfpacht -1 0
1.7 Personeelsuitgaven -3.149 -2.749
1.8 Onderhoudsuitgaven -9.671 -12.375
1.9 Overige bedrijfsuitgaven -9.124 -6.704
1.10 a Renteuitgaven -7.650 -8.209
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   0
1.11 a Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -392 0
1.11 b Verhuurdersheffing -5.103 -2.797
1.12 Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -290 -732
1.13 Vennootschapsbelasting -1.847 2.502
Saldo uitgaande kasstromen -37.227 -31.064
     
Kasstroom uit operationele activiteiten 4.474 9.978

2. (B) (Des)investeringsactiviteiten

2. (B) (Des)investeringsactiviteiten
  2018 2017
MVA ingaande kasstroom    
2.1 A Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB 2.893 2.464
2.5 A (Des)Investeringsontvangsten overig DAEB 2.476  
Tussentelling MVA ingaande kasstroom 5.369 2.464
     
MVA uitgaande kasstroom    
2.6 A Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB -8.940 -4.907
2.7 A Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden DAEB -9.065 -7.787
2.7 B Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 11 0
2.9 A Aankoop, woon- en niet woongelegenheden DAEB -203 0
2.14 A Investeringen overig DAEB -231 -230
2.15 A Externe kosten bij verkoop DAEB -180 -197
Tussentelling MVA uitgaande kasstroom -18.608 -13.121
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA -13.239 -10.657
     
Kasstroom uit (des)investeringen -13.239 -10.657

3. (C) Financieringsactiviteiten

3. (C) Financieringsactiviteiten
  2018 2017
Ingaand    
3.1.1 Nieuwe te borgen leningen 20.100 12.000
Saldo ingaande kasstromen 20.100 12.000
     
Uitgaand    
3.2.1 Aflossing geborgde leningen -8.061 -8.681
  -8.061 -8.681
     
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 12.039 3.319
     
Mutatie liquide middelen 3.274 2.640
     
Liquide middelen per 1 januari 3.205 565
Liquide middelen per 31 december 6.479 3.205

Kasstroommutaties die voor het inzicht een nadere toelichting vragen ten opzichte van de toelichting van de balans en winst-en-verliesrekening in de jaarrekening zijn nader toegelicht in de toelichting op het kasstroomoverzicht.

Grondslagen van waardering in de jaarrekening

Algemeen
Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari tot en met 31 december 2018. Alle bedragen luiden in duizenden Euro’s, tenzij anders vermeld. Het verslagjaar loopt parallel aan het kalenderjaar.

Activiteiten
De activiteiten van Christelijke Woningstichting Patrimonium (hierna: Patrimonium), statutair gevestigd en kantoor houdende in Groningen, Peizerweg 136, zijn erop gericht mensen te huisvesten die zelf moeilijk in eigen huisvesting kunnen voorzien, in en rondom Groningen. Het KvK-nummer van Patrimonium is 02028302.

Regelgeving
De toegelaten instelling heeft de jaarrekening opgesteld met inachtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van BW2 Titel 9 voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn tevens het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) van toepassing.

Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 ‘Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting’ (herzien 2017) in het bijzonder. De jaarrekening is opgemaakt op 28 mei 2019.

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening
De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Oordelen, schattingen, veronderstellingen en onzekerheden
Bij de toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van Patrimonium zich diverse oordelen en schattingen. Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de geconsolideerde jaarrekening in toekomstige jaren.

De belangrijkste oordelen en schattingen hebben betrekking op de vastgoedbeleggingen in exploitatie (zowel DAEB als niet-DAEB), de voorzieningen, de waardeveranderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de hiervoor genoemde jaarrekeningposten.

Oordelen

Classificatie lease overeenkomsten vastgoedbeleggingen – Patrimonium als lessor
Patrimonium is operationele lease overeenkomsten aangegaan waarbij vastgoed wordt verhuurd met verschillende looptijden en waarbij een vast bedrag per periode is afgesproken. De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. De classificatie van lease overeenkomsten als financiële leasing of operationele leasing vergt een beoordeling van subjectieve elementen zoals de leaseperiode ten opzichte van de economische levensduur en een inschatting van de contante waarde van de minimale leasebetalingen ten opzichte van de reële waarde van het leaseobject. De leaseovereenkomsten van Patrimonium bevatten een leaseperiode welke (waarschijnlijk) niet het belangrijkste deel van de economische levensduur omvat en waarvan de contante waarde van de minimale leasebetalingen lager is dan 90% van de reële waarde van het leaseobject. Derhalve zijn de lease overeenkomsten als operationele leases geclassificeerd.

Schattingen en veronderstellingen
Patrimonium maakt de schattingen en veronderstellingen op basis van de omstandigheden en informatie beschikbaar op het moment van opmaak van de jaarrekening. Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Patrimonium. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn:

Herwaardering vastgoedbeleggingen
Patrimonium waardeert de vastgoedbeleggingen tegen de reële waarde waarbij veranderingen in de reële waarde in de winst-en-verliesrekening worden verantwoord. De reële waarden van de vastgoedbeleggingen zijn bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). In sommige gevallen zijn de reële waarden van de vastgoedbeleggingen bepaald aan de hand van recente transacties met gelijksoortige kenmerken en locaties als het vastgoed van Patrimonium. Patrimonium heeft onafhankelijke waarderingsexperts ingeschakeld voor het bepalen van de reële waarde van de BOG / MOG  ZOG eenheden. De waardering is het meest gevoelig voor veranderingen van de disconteringsvoet. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

Bijzondere waardeverminderingen
Patrimonium beoordeelt op elke balansdatum of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De beoordeling heeft niet geresulteerd een bijzondere waardevermindering het huidige boekjaar. De realiseerbare waarde is veelal gebaseerd op de hoogste van de bedrijfswaarde en marktwaarde van de kasstroom genererende eenheid per 31 december 2018, bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). De kasstroomprojecties bevatten aannames en schattingen van toekomstige verwachtingen. De realiseerbare waarde is gevoelig voor de disconteringsvoet, de verwachte toekomstige kasstromen en de groeivoet gehanteerd voor extrapolaties. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de bijzondere waardeverminderingen, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in ontwikkeling.

Latente belastingvorderingen
De waardering van latente belastingvorderingen en -schulden wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva.

Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Patrimonium betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd. 
De latente belastingverplichting over de hogere marktwaarde dan fiscale boekwaarde van vastgoed in exploitatie komt naar oordeel van Patrimonium gegeven haar volkshuisvestelijke taak (doorexploitatie van sociale huurwoningen) waarschijnlijk pas over een zeer lange tijd dan wel wellicht in het geheel niet tot afwikkeling. Gegeven de toegepaste waarderingsgrondslagen (waardering van latente belastingen op contante waarde) en het beleid van Patrimonium is deze latente belastingverplichting op nihil gesteld.

Daarentegen worden ten aanzien van vastgoed in exploitatie waarvan sprake is van hogere fiscale waardering dan marktwaarde en de verwachting is dat dit verschil via fiscaal aftrekbare afschrijvingen ten laste van het fiscale resultaat kunnen worden gebracht een latente belastingvordering tot waardering gebracht, onder de overweging dat sprake van een verschil dat in een korte periode wordt kan worden afgewikkeld en een relatief hoge zekerheid bestaat dat sprake zal zijn van daadwerkelijke afwikkeling.

Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de hoogte van de latente belastingvorderingen, wordt verwezen naar de toelichting op de financiële vaste activa

Salderen
Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Financiële instrumenten
Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide instrumenten verstaan.
Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop Patrimonium de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Door de waardering en verwerking van afgeleide instrumenten wordt verwezen naar de afzonderlijke paragrafen.

Presentatiewijziging
In de jaarrekening is voor de verbetering van de inzichtelijkheid de transitorische rente gepresenteerd onder de overlopende passiva in plaats van onder de kortlopende schulden. In het kader van de vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers hiervoor ook aangepast, waardoor:

  • ‘kortlopende schulden - schulden aan overheid’ met € 345 is afgenomen;
  • ‘kortlopende schulden - schulden aan kredietinstellingen’ met € 3.021 is afgenomen, en
  • ‘overlopende passiva’ met € 3.366 is toegenomen.

In de jaarrekening is voor de verbetering van de inzichtelijkheid enkel de toegerekende organisatiekosten gepresenteerd die via een verdeelsleutel zijn toegerekend aan activiteiten. In het kader van vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers hiervoor ook aangepast, waardoor:

  • ‘overige directe lasten exploitatie bezit’ met € 6.763 is afgenomen, en
  • ‘leefbaarheid’ met € 732 is afgenomen.

In de jaarrekening is voor de verbetering van de inzichtelijkheid de kosten uit hoofde van governance apart gepresenteerd onder de overige organisatiekosten. In het kader van de vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers hiervoor ook aangepast waardoor de ‘toegerekende organisatiekosten’ met € 107 zijn afgenomen en de ‘kosten uit hoofde van governance’ met € 107 zijn toegenomen.

Vastgoedbeleggingen

(DAEB en niet-DAEB) Vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie
Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB (sociaal) en niet-DAEB (commercieel) vastgoed, conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde ‘scheidingsvoorstel’ en de hierop volgende transacties tussen de ‘DAEB-tak’ en de ‘niet-DAEB-tak’, rekening houdend met de criteria van de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. 

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de EC-beschikking d.d. 15 december 2009. Het niet-DAEB-vastgoed omvat volgens de eerder genoemde criteria de woningen met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, facultatief aan de niet-DAEB-tak overgedragen DAEB-vastgoed, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed.

Complexindeling
Het DAEB vastgoed en het niet-DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit DAEB en niet-DAEB vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het DAEB vastgoed, respectievelijk aan het niet-DAEB deel kan worden toegerekend.

Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed
Bij de eerste verwerking wordt het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven, inclusief transactiekosten (waaronder juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten) minus eventuele investeringssubsidies. De vervaardigingsprijs omvat op grond van artikel 2:388 BW de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Waardering na eerste verwerking 
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde.
Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’).

Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
  • Parkeergelegenheden
  • Intramuraal zorgvastgoed

Patrimonium hanteert de basis versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor het DAEB bezit in exploitatie. Dit betreft een modelmatige waardering, waarbij inherent aan het gebruik van de basisversie, sprake is van het risico dat deze waardering in een bepaalde bandbreedte (+/-10%) kan afwijken van de waardering op basis van de full versie van het handboek (waarbij vrijheidsgraden mogen worden aangepast en een taxateur betrokken is). 

Voor BOG,MOG en overig ‘exotisch vastgoed’ hanteert Patrimonium verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de (niet-)DAEB tak.

Bij de waardering van het vastgoed worden een doorexploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde methode: de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van vijftien jaar. 

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het doorexploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.

Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst-en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen’.

Deze waardevermindering of -vermeerdering bestaat uit aanpassingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde en uit ontwikkelingen van de woningmarkt en huurportefeuille van de corporatie. Tevens is bij toepassing van de basisversie sprake van een portefeuillewaardering in plaats van complexwaardering, waardoor er een bepaalde onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves.

Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en niet-DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen’.

Groot onderhoud
In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. 

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is. Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen rekening gehouden met het effect van belastinglatenties.

Afschrijvingen
Op de vastgoedbeleggingen in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum 31 december 2018 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Vastgoed
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) en bestaande complexen (woningverbetering, herstructurering; zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs), rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals hiervoor toegelicht onder vastgoed in exploitatie onder Waardering na eerste verwerking.

Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’.

In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’.

Herclassificatie van vastgoed
Herclassificatie geschied slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:

a.    daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van onroerende zaken die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering, de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. 

De afschrijving is lineair en gebaseerd op de verwachte gebruiksduur rekening houdend met de restwaarde. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijn voor bedrijfsgebouwen is vijftig jaar. De afschrijvingstermijnen voor de overige materiele vaste activa zijn vijf tot tien jaren. In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden deze wijzigingen als een schattingswijziging verantwoord.
Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Financiële activa

Overige financiële vaste activa

Latente belastingvorderingen
Voor de waardering en verwerking van latente belastingvorderingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Overige effecten
Overige effecten zonder beursnotering (aandelen en obligaties) worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen kostprijs. 

Baten en lasten van aandelen gewaardeerd tegen kostprijs, worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de beleggingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan. Ontvangen dividend wordt ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voorraden

Overige voorraden
De overige voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. 

Vlottende vorderingen
De verstrekte leningen en overige vorderingen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen
Onder liquide middelen worden verstaan kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen en wissels en cheques. Liquide middelen worden gewaardeerd op basis van nominale waarde. Deposito’s worden onder liquide middelen opgenomen indien zij in feite – zij het eventueel met opoffering van rentebaten – ter onmiddellijke beschikking staan. Liquide middelen die (naar verwachting) langer dan twaalf maanden niet ter beschikking staan van Patrimonium, worden als financiële vaste activa gerubriceerd.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa
Patrimonium beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waarderingsverlies wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs ten tijde van de terugname als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst-en-verliesrekening te worden verwerkt. De boekwaarde van de vorderingen wordt verlaagd met gebruikmaking van een voorziening wegens oninbaarheid.

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen
Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument. 

Onder het eigen vermogen wordt begrepen het verschil tussen de activa en passiva inclusief winstbestemming (vrije reserve) en beklemde reserves. De beklemde reserves zijn de niet gerealiseerde herwaarderingsreserves als gevolg van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde.

Voorzieningen
Een voorziening wordt gevormd indien Patrimonium op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Tenzij anders vermeld, worden voorzieningen gewaardeerd tegen nominale waarde. 

Indien het waarschijnlijk is dat voor uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen een vergoeding van een derde zal worden ontvangen, wordt deze vergoeding gepresenteerd als een afzonderlijk actief.

Voorziening latente belastingen
Voor de waardering en verwerking van de voorziening latente belastingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Voorziening reorganisatiekosten 
De voorziening reorganisatiekosten is gevormd indien op balansdatum een gedetailleerd plan is geformaliseerd en de gerechtvaardigde verwachting is gewekt bij hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben dat de reorganisatie zal worden uitgevoerd. De voorziening bestaat uit de directe kosten van de reorganisatie.

Voor reorganisaties waarvoor per balansdatum een plan is geformaliseerd, maar waarvoor pas na balansdatum hetzij de gerechtvaardigde verwachting is gewekt richting betrokken dat de reorganisatie zal worden uitgevoerd, hetzij is gestart met de implementatie van het reorganisatieplan, is informatie opgenomen onder de gebeurtenissen na balansdatum.

Overige voorzieningen 
De overige voorzieningen zijn gevormd voor jubileumuitkeringen aan het personeel en loopbaanontwikkeling. 

De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen, een geschatte blijfkans en leeftijd. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

De voorziening voor loopbaanontwikkeling is gevormd ter dekking van toekomstige verplichtingen op het gebied van loopbaanontwikkeling, waarvoor medewerkers van de corporatie op grond van CAO-bepalingen budgetrechten hebben opgebouwd. Bij het bepalen van deze voorziening wordt uitgegaan van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

Langlopende schulden
Bij de eerste opname van langlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde. In geval dat de vervolgwaardering niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening plaatsvindt, wordt bij de eerste waardering de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten.

De langlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Kortlopende schulden
Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde. In geval dat de vervolgwaardering niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening plaatsvindt, wordt bij de eerste waardering de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten.

De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Geamortiseerde kostprijs
De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid.

Reële waarde van financiële instrumenten
De reële waarde van de financiële instrumenten die op actieve markten worden verhandeld per verslagdatum, wordt bepaald op basis van genoteerde beurskoersen, zonder aftrek van transactiekosten. 
Voor financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld, wordt de reële waarde bepaald met passende waarderingsmethoden. Dergelijke methoden zijn onder meer:

  • het gebruikmaken van recente markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
  • het gebruikmaken van de actuele reële waarde van een ander instrument dat nagenoeg hetzelfde is;
  • analyse op basis van contant gemaakte kasstromen of andere waarderingsmodellen.

Een overzicht van de reële waarden van de financiële instrumenten wordt verschaft in de toelichting op de financiële instrumenten.

Derivaten
Patrimonium maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals valutatermijncontracten en renteswaps ter afdekking van de gelopen risico’s betreffende de rente- en valutaschommelingen.
Patrimonium scheidt een in een contract besloten derivaat, (embedded derivative), indien aan de orde, af van het basiscontract, indien aan onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
  • een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat; en
  • het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van de reëel waardeveranderingen in het resultaat.

Het niet in de balans opnemen van financiële instrumenten
Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing
De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

Patrimonium als lessee
In geval van financiële leasing (waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom van het lease-object geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen) worden het lease-object en de daarmee samenhangende schuld bij het aangaan van de overeenkomst in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het lease-object op het moment van het aangaan van de leaseovereenkomst of, indien dit lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. De initiële directe kosten van de lessee worden opgenomen in de eerste verwerking van het actief. De leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande verplichting, waarmee een constante rentevoet wordt bereikt over de resterende netto-verplichting.

Het geactiveerde lease-object wordt afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode of de gebruiksduur van het object, in geval er geen redelijke zekerheid is dat de lessee aan het einde van de leaseperiode eigenaar wordt.

In geval van operationele leasing worden de leasebetalingen lineair over de leaseperiode ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Patrimonium als lessor
Bij operationele lease worden de leasebaten op tijdsevenredige basis over de leaseperiode ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Initiële directe kosten worden toegerekend over de leaseperiode tegenover de leasebaten.
 

Grondslagen van resultaatbepaling in de jaarrekening

Algemeen
Baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben voor zover deze gerealiseerd zijn. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht teneinde een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

De winst-en-verliesrekening wordt zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling, op basis van het op 25 oktober 2017 door het ministerie van Wonen en Rijksdienst uitgevaardigde modellenbesluit.

Huuropbrengsten
Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties.

De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van Patrimonium, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

Opbrengsten en lasten servicecontracten
De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering). De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen
Hieronder worden bijdragen of subsidies van de overheid alsmede de toerekening van de BWS-subsidie vanuit de egalisatierekening BWS verantwoord.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kosten- verdeelstaat verantwoord.

Personeel
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Patrimonium neemt een verplichting op als Patrimonium zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie neemt Patrimonium de kosten van een ontslag- of transitievergoeding op in een reorganisatievoorziening. Als het ontslag een individuele medewerker betreft met een vaststellingsovereenkomst neemt Patrimonium de kosten op in de voorziening reorganisatie.

Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie
De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend.

Lasten onderhoudsactiviteiten
De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven wanneer geen sprake is van waardevermeerdering van het actief.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen’.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Hieronder worden verantwoord de verhuurdersheffing, de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. Patrimonium verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
De post ‘Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille’ betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed. 

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde. 
Gerealiseerde verkoopresultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). Eventuele verliezen op koopprojecten worden verantwoord zodra deze voorzienbaar zijn. 

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Hieronder zijn begrepen de overige waardeveranderingen en de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed bestemd voor verkoop in het verslagjaar.

Netto resultaat overige activiteiten
Hieraan zijn de opbrengsten en kosten van een Warmte- en Koudopslaginstallatie (WKO), beheer voor derden en VvE-beheer als ook opbrengsten zendmasten en erfpachtopbrengsten toegerekend. 

Overige organisatiekosten
De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder ’Overige organisatiekosten’. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen. 

Leefbaarheid
Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede-kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, e.d.), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Rentebaten en rentelasten
Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen

Acute belastingen
De belastingen worden berekend op basis van het verantwoorde resultaat uitgaande van het geldende belastingtarief, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten, de vaststellingsovereenkomst (VSO) en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten.

De belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien is voldaan aan de algemene voorwaarden voor saldering.

Latente belastingen
Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen.

De waardering van latente belastingverplichtingen en -vorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Hierbij wordt uitgegaan van het geldende belastingtarief. De latente belastingverplichtingen en -vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Voor de berekening van de contante waarde heeft de discontering plaats gevonden op basis van de nettorente en is rekening gehouden met de levensduur van de activa en passiva waarop de latenties betrekking hebben.

Toerekening baten en lasten
Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke kosten van activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van de loonkosten per afdeling i.c. effectief het aantal werkzame fte’s.

Grondslagen voor kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. 

Vennootschapsbelasting, ontvangen interest en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. 

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.
 

Toelichting op de balans

A Activa

I Vastgoedbeleggingen

Het verloop van de vastgoedbeleggingen is als volgt:

  1. DAEB vastgoed in exploitatie 2018 1. DAEB vastgoed in exploitatie 2017 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2018 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2017
Boekwaarde per 1 januari 557.884 551.513 32.079 28.123
         
Opleveringen vanuit vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0
Investeringen 8.276 8.763 3 112
Desinvesteringen -1.718 -1.552 0 -152
Herclassificaties -209 -50 209 50
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille 73.998 -790 -1.530 3.946
Totaal van de mutaties 80.347 6.371 -1.318 3.956
         
Boekwaarde per 31 december 638.231 557.884 30.761 32.079
         
In de boekwaarde begrepen ongerealiseerde herwaardering per 31 december 361.327 295.207 8.354 9.920

Het effect van de niet-gerealiseerde waardeverandering op de mutatie herwaardering in de herwaarderingsreserve bedraagt voor het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie respectievelijk € 67.146 en € -1.566.

  3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie 2018 3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie 2017
Stand per 1 januari:    
Aanschaffingswaarde 7.692 3.305
Cumulatieve waardeverminderingen -6.839 -3.305
Boekwaarde per 1 januari 853 0
     
Investeringen 9.484 4.387
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.021 -3.534
Totaal van de mutaties 6.463 853
     
Stand per 31 december:    
Aanschaffingswaarde 17.176 7.692
Cumulatieve waardeverminderingen -9.860 -6.839
Boekwaarde per 31 december 7.316 853

De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.
 

Mutaties in de marktwaarde van het bezit van een corporatie worden veroorzaakt door:

  • Aanpassingen (van parameters) als gevolg van marktontwikkelingen
  • Aanpassingen van parameters en methodiek als gevolg van het validatieonderzoek 2017
  • Aanpassingen in de methodiek van het handboek voortkomend uit de praktijk
  • Aanpassingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving
  • Mutaties in het bezit
  • Mutaties in de basisgegevens van verhuureenheden en complexen
  • Wijzigingen in de gebruikte software of modellen voor het uitvoeren van de waardering.

Hieronder worden de belangrijkste factoren voor de wijziging van de marktwaarde ten opzichte van vorig jaar toegelicht:

WOZ-waardes (mutatie objectgegevens)
Ten opzichte van 2017, is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen gestegen van € 111 duizend naar € 120,5 duizend . Deze stijging van + 8,6 % veroorzaakt een stijging van de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.

Leegwaardestijging (parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen)
De leegwaarde is de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. De leegwaarde wordt als opbrengst in het uitpondscenario opgenomen, zodra de mogelijkheid tot de verkoop van een verhuureenheid zich voordoet. De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde. De (verwachte) stijging van de leegwaarde, heeft een positief effect en op de marktwaarde.

Disconteringsvoet (mutatie parameteraanpassingen)
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.

De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen gedaald van 7,29% naar 6,93% (-4,94%). Deze daling van de disconteringsvoet heeft een positief effect op de marktwaarde.

1. DAEB en 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:

1. DAEB en 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  2018 Waarderings-variant
Eengezinswoningen 110.180 basis
Meergezinswoningen 520.980 basis
Bedrijfsmatig onroerend goed 13.527 full
Maatschappelijk onroerend goed 1.337 full
Parkeergelegenheden 6.197 basis
Zorgvastgoed (intramuraal) 15.253 full
Zorgvastgoed (extramuraal) 1.519 full
Totaal 668.993  

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. 

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. 

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. 

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters:

Parameters woongelegenheden 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Prijsinflatie 1,60% 2,50% 2,30% 2,20% 2,00% 2,00%
Looninflatie 2,00% 2,90% 2,80% 2,70% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 5,60% 5,90% 2,80% 2,70% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 5,40% 7,80% 4,90% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044
Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091
Instandhoudingsonderhoud per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830
Mutatieonderhoud per vhe - EGW 883  883  883  883  883  883 
Mutatieonderhoud per vhe - MGW 663  663  663  663  663  663 
Mutatieonderhoud per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 663  663  663  663  663  663 
Beheerkosten per vhe - EGW 436  436  436  436  436  436 
Beheerkosten per vhe - MGW 428  428  428  428  428  428 
Beheerkosten per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 395  395  395  395  395  395 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,162% 0,162% 0,162% 0,162% 0,162% 0,162%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,12% 0,12% 0,12% 0,12% 0,12% 0,12%
Verhuurderheffing (% van de WOZ)   0,561% 0,592% 0,592% 0,593% 0,567%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – zelfstandige eenheden   1,00% 1,20% 1,30% 0,50% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Mutatiekans bij uitponden 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50%
Disconteringsvoet 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 500 per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit makelaars-, notaris- en andere handelingskosten (exclusief overdrachtsbelasting) bedragen 1,7% van de leegwaarde van een verhuureenheid.

Parameters bedrijfsmatig onroerend goed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 5,88  5,88  5,88  5,88  5,88  5,88 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 9,10  9,10  9,10  9,10  9,10  9,10 
Beheerkosten % van de markthuur - BOG 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12%

Parameters maatschappelijk onroerend goed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 6,55  6,55  6,55  6,55  6,55  6,55 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 10,80  10,80  10,80  10,80  10,80  10,80 
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13%

Parameters parkeergelegenheden 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud – parkeerplaats 50  50  50  50  50  50 
Instandhoudingsonderhoud – garagebox 166  166  166  166  166  166 
Beheerkosten – parkeerplaats 26  26  26  26  26  26 
Beheerkosten – garagebox 37  37  37  37  37  37 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24%
Disconteringsvoet 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 8,60  8,60  8,60  8,60  8,60  8,60 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 29,73  29,73  29,73  29,73  29,73  29,73 
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
Disconteringsvoet 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9%

Inschakeling taxateur

Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie waar de full waarderingsvariant van toepassing is getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de hiervoor genoemde onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Patrimonium en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Patrimonium heeft voor een gedeelte van haar vastgoedbezit (bedrijfsmatig-, maatschappelijk- en intramuraal zorg onroerend goed) verplicht de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.

Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Schematische vrijheid
Wordt toepast bij het zorgvastgoed en heeft betrekking op het specifieke verloop van de toekomstige huuropbrengst.

Markthuur(stijging)
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde BOG/MOG-objecten in de taxaties te kunnen verwerken.

Exit Yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van de exit yield op basis het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten komt.

Leegwaarde(stijging)
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.

Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2016 beter passend.

Technische splitsingskosten
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het vastgoed waar de full waarderingsvariant van toepassing is, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening. 

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde van het gehele vastgoed in exploitatie – gewaardeerd volgens de DCF-methode – is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:
 

Parameters Gehanteerd in
reële waarde
Stel mogelijke
afwijking
Effect op reële waarde *
in € 1.000
Effect op reële waarde *
in % van de reële waarde
Mutatiegraad 2% - 50% + 20% (relatief) 16.442 2,46%
Mutatiegraad 2% - 50% - 20% (relatief) -19.826 -2,96%
Disconteringsvoet 5,5% - 13% + 1% (absoluut) -66.912 -10,00%
Disconteringsvoet 5,5% - 13% - 1% (absoluut) 103.077 15,41%

* * Het effect op de rëele waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk).

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:

(in duizenden euro's)

  2018
Eengezinswoningen (EGW) 66.399 
Meergezinswoningen (MGW) 226.860 
Bedrijfsmatig onroerend goed 13.527 
Maatschappelijk onroerend goed 1.337 
Zorgvastgoed (intramuraal) 15.253 
Zorgvastgoed (extramuraal) (ZOG) 788 
Parkeergelegenheden 6.197 
Totaal 330.361 
Marktwaarde in verhuurde staat van DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 668.992 
Maatschappelijke bestemming (van het eigen vermogen) 338.631 

Er zijn geen vergelijkende cijfers inzake de beleidswaarde opgenomen, dit conform de overgangsbepaling in RJ 645.502.

Uitgangspunten beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening.

Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen. 

De belangrijkste uitgangspunten en veronderstellingen zijn (voor zover ze afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat) hieronder weergegeven:
 

Stap Gehanteerd in reële waarde Afwijking n.a.v. stap Effect op marktwaarde ** x € 1.000 In % van de reële waarde
Stap 0: marktwaarde in verhuurde staat      668.992   
Stap 1: beschikbaarheid Hoogste van uitponden en doorexploiteren Volledig doorexploiteren  -90.128  -13,5%
Stap 2: betaalbaarheid Markthuur Streefhuur  -160.524  -24,0%
Stap 3: kwaliteit Marktconforme onderhoudsnorm Beleids-onderhoudsnorm  -99.623  -14,9%
Stap 4: beheer Marktconform beheernorm Beleids-beheernorm  11.644  1,7%
Beleidswaarde      330.361  49,4%

** Het effect op de reële waarde is cumulatief berekend

Ten aanzien van stap 2 (betaalbaarheid) is de streefhuur gemiddeld:

  • voor eengezinswoningen: € 619 per maand;
  • voor meergezinswoningen: € 502 per maand, en
  • voor extramurale zorgeenheden € 345 per maand.

Ten aanzien van stap 3 (kwaliteit) is de beleidsonderhoudsnorm gemiddeld € 2.353 per verhuureenheid per jaar.

Ten aanzien van stap 4 (beheer) is de beleidsbeheernorm gemiddeld € 656 per verhuureenheid per jaar.

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
 

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet 1,0% hoger € 50,8 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger € 25,0 miljoen hoger
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger € 21,5 miljoen lager

De beleidswaarde is eerst gedurende 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden, denk aan de nadere aanscherping van het begrip onderhoud / verbetering en beheerlasten.  

WOZ-waarde

De WOZ-waarde bedraagt ultimo 2018 € 787,1 miljoen (2017 € 728,5 miljoen)

Zekerheden en beperkingen

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa’.

Er zijn geen woningen hypothecair bezwaard.

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Eind 2017 zijn er nieuwe prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen over de ontwikkeling en realisatie van woningen voor de periode 2017-2021. Deze afspraken leiden niet tot restricties in de sfeer van huurprijs- en verkoopbeperkende regels, instandhouding van een bepaalde minimumomvang van de goedkope woningvoorraad of waardedrukkend effect op de geschatte marktwaarde van de vastgoedbeleggingen.

Aardbevingsrisico

Patrimonium heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee eveneens op de jaarrekening. Het vastgoed van Patrimonium bevindt zich uitsluitend in de stad Groningen en hiermee derhalve niet in het risicogebied waar 20% of meer geaccepteerde schadegevallen ten opzichte van de totale woningvoorraad voorkomt. Hiermee is de impact op de marktwaarde conform het handboek marktwaarde minimaal. 
Patrimonium heeft beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbevingsschade (waaronder het verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schadeherstel en -beperking en de extra kosten in haar bedrijfsvoering versus de te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opmaken van de jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Patrimonium hier niet toe in staat zou zijn. Patrimonium schat het risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment als laag in. In het jaarverslag wordt een nadere toelichting gegeven over de aardbevingsrisico’s.

II Materiële vaste activa

4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Het verloop van deze post is als volgt:

  2018 2017
Stand 1 januari:    
Aanschafwaarde 7.300 6.835
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.105 -5.804
Boekwaarde 1.195 1.031
     
Mutaties:    
Investeringen 51 465
Desinvesteringen 0 0
Afwaarderingen 0 0
Terugname afwaarderingen 0 0
Overige mutaties 0 0
Afschrijvingen -354 -301
Totaal van de mutaties -302 164
     
Stand 31 december:    
Aanschafwaarde 7.351 7.300
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.459 -6.105
Boekwaarde 893 1.195

Afschrijvingen

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

  • Bedrijfsterreinen: geen afschrijving
  • Automatisering: 5 jaar
  • Bedrijfsauto’s: 5 jaar 
  • Inventaris kantoor: 5 of 10 jaar
  • Kantoorgebouw (exclusief grond): 50 jaar
    Het kantoorgebouw wordt als geheel en niet naar componenten afgeschreven, aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is.

Actuele waarde

De actuele waarde (WOZ) van de kantoorpanden bedraagt € 0,99 miljoen (2017: € 0,98 miljoen). 

Buitengebruik gestelde materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

Patrimonium heeft geen activa ten dienste van de exploitatie buitengebruik gesteld in 2018 (2017: € 0 miljoen).

Zekerheden

Er zijn geen bedrijfsgebouwen en -terreinen hypothecair verbonden ten behoeve van kredietinstellingen.

III Financiële vaste activa

  2018 2017
5. Latente belastingvorderingen 2.025 1.939
6. Overige effecten 1 0
Totaal 2.026 1.939

Latente belastingvordering(en)

Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Patrimonium betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd. Patrimonium verwacht dat het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten onvoldoende zijn in de resterende beschikbare periode, waarbij eventuele tax planning is meegenomen.

De latente belastingverplichting over de hogere marktwaarde dan fiscale boekwaarde van vastgoed in exploitatie komt naar oordeel van Patrimonium gegeven haar volkshuisvestelijke taak (doorexploitatie van sociale huurwoningen) waarschijnlijk pas over een zeer lange tijd dan wel wellicht in het geheel niet tot afwikkeling. Gegeven de toegepaste waarderingsgrondslagen (waardering van latente belastingen op contante waarde) en het beleid van Patrimonium is deze latente belastingverplichting op nihil gesteld.

Daarentegen worden ten aanzien van vastgoed in exploitatie waarvan sprake is van hogere fiscale waardering dan marktwaarde en de verwachting is dat dit verschil via fiscaal aftrekbare afschrijvingen ten laste van het fiscale resultaat kunnen worden gebracht een latente belastingvordering tot waardering gebracht, onder de overweging dat sprake van een verschil dat in een korte periode wordt kan worden afgewikkeld en een relatief hoge zekerheid bestaat dat sprake zal zijn van daadwerkelijke afwikkeling.

De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:

a.    Vastgoed in exploitatie
Voor het fiscale afschrijvingspotentieel is de afschrijvingsruimte bepaald op woningen waarvan de fiscale boekwaarde hoger ligt dan de WOZ waarde en die daarom in principe afgeschreven kunnen worden. Er is een inschatting gemaakt van de afschrijvingen voor de komende jaren van € 5,0 miljoen (2017: € 4,5 miljoen), waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijkse stijging van de WOZ waarde met 2% (met uitzondering van 4,4% voor 2019). De latentie is opgenomen tegen de contante waarde.

Eveneens zijn de tijdelijke verschillen gewaardeerd op woongelegenheden die in de komende vijf jaar, naar verwachting, worden verkocht (100 woningen, met een nominaal verschil van € 3,0 miljoen). Voor de overige woningen komen de tijdelijke verschillen pas dermate laat tot uiting, dat waarschijnlijkheid van toekomstige winsten, onvoldoende zeker is. De latentie is tegen de contante waarde opgenomen.

b.    Leningen o/g
In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente belastingverplichting respectievelijk belastingvordering tegen de contante waarde (de nominale waarde bedraagt € 2,0 miljoen) verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.

De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraagt 3,15% (2017: 3,15 %). De gemiddelde looptijd van de tot waardering gebrachte latente belastingverplichtingen is variërende tussen de 5 en 25 jaar. Van de vordering wordt een bedrag van € 0,18 miljoen (2017: € 0,15 miljoen) naar verwachting binnen 1 jaar gerealiseerd.

Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht

De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:

  Balans 2018 Balans 2017 Winst-en-verliesrekening 2018 Winst-en-verliesrekening 2017
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van fiscaal afschrijvingspotentieel 1.056 954 -102 308
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde te verkopen wooneenheden 646 691 45 691
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van disagio leningen 323 294 -29 -221
5. Totaal latente belastingvordering 2.025 1.939 -86 778

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen in het boekjaar is op totaalniveau als volgt:

  2018 2017
Boekwaarde 1 januari 1.939 1.161
Realisatie ten laste van het resultaat -45 -221
Dotatie ten gunste van het resultaat 131 999
Boekwaarde 31 december 2.025 1.939

De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen, zijn gebaseerd op de volgende nominale waarderingsverschillen ultimo 2018:

  Jaarrekening Fiscaal Verschil 25%
Waarde van leningen o/g 196.409 198.424 -2.015 -504
Waarde van vastgoed in exploitatie inzake afschrijvingen 0 6.744 -6.744 -1.686
Waarde van vastgoed in exploitatie inzake verkopen 8.099 11.153 -3.054 -764
  204.508 216.321 -11.813 -2.953

* tarief ultimo 2018, komende jaren is een lager tarief van toepassing.

Waarderingsverschillen niet tot waardering gebracht

Het niet tot waardering gebrachte nominale verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van het vastgoed bedraagt in totaal 46,4 mln. en heeft in principe een latente belastingverplichting (€ 9,5 miljoen bij tarief van 20,5%) tot gevolg. Het doel van Patrimonium is echter om door te exploiteren waarbij eventueel sloop- en nieuwbouw zal worden gepleegd bij de einde van het levensduur. Gegeven de waardering van latente belastingen op contante waarde en de zeer aanzienlijke lengte van de periode waarna de afwikkeling van het tijdelijke verschil zal plaatsvinden is de verplichting op nihil gesteld.

Overige financiële vaste activa

Dit betreft 100 aandelen in Woningnet N.V. te Utrecht.

B Passiva

I Voorraden

7. Overige voorraden

Betreft de voorraad onderhoudsmaterialen van afdeling Technische dienst in het magazijn en in de servicewagens.

  2018 2017  
7. Overige voorraden 380 430  
Totaal 380 430  

II Vorderingen

  2018 2017
8. Huurdebiteuren 268 343
9. Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.087 0
10. Overige vorderingen 135 311
11. Overlopende activa 202 49
Totaal 1.693 703

De looptijd van de vorderingen is korter dan een jaar (< 1 jaar).

8. Huurdebiteuren

De vordering op huurdebiteuren omvat naast de huren ook te vorderen servicekosten, herstelkosten en incassokosten. In de vordering op vertrokken huurders zijn tevens kosten van mutatieonderhoud voor rekening van de huurder begrepen.

Patrimonium heeft een vordering uitstaan van € 90 duizend welke reeds meer dan 5 maanden openstaat. De beoordeling van de inbaarheid van deze vordering vereist een inschatting van subjectieve elementen. Op basis van onze gesprekken, schriftelijke bevestigingen en analyse van financiële rapportages, is de verwachting dat de vordering binnen drie maanden na balansdatum zal worden voldaan. Er is derhalve geen voorziening gevormd.
 

9. Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2018 2017
Vennootschapsbelasting lopende boekjaar 290 0
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren 797 0
Totaal 1.087 0

III Liquide middelen

  2018 2017
Kas 5 3
Bank 6.474 3.201
Totaal 6.479 3.205

C Eigen vermogen

Per 31 december 2018 is in totaal € 369,7 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2017: € 305,1 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van 
€ 338,6 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Het eigen vermogen bedraagt per balansdatum € 482,5 miljoen (2017: € 402,8 miljoen). Het eigen vermogen is als volgt samengesteld:

(na resultaatbestemming)

  2018 2017
13. Herwaarderingsreserve 369.682 305.127
14. Overige reserve 112.797 97.714
Totaal 482.479 402.841

13. Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve na resultaatbestemming is als volgt:

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari 2017 293.346 7.715 301.061
Desinvesteringen -956 -105 -1.061
Mutatie herwaardering 2.817 2.310 5.127
Stand per 31 december 2017 295.207 9.920 305.127
       
Stand per 1 januari 2018 295.207 9.920 305.127
Desinvesteringen -1.026 0 -1.026
Mutatie herwaardering 67.146 -1.566 65.581
Stand per 31 december 2018 361.327 8.354 369.682

De herwaarderingsreserve DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische aanschafprijs.

14. Overige reserve

Het verloop van de overige reserve na resultaatbestemming is als volgt:

  2018 2017
Stand 1 januari 97.714 93.510
Resultaatbestemming boekjaar 14.057 3.143
Realisatie uit herwaarderingsreserve 1.026 1.061
Stand 31 december 112.797 97.714

Bestemming van het resultaat 2018

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2018 van 
€ 79,6 miljoen als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2018 van € 14,0 miljoen ten gunste van de overige reserve te brengen.
  • Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 65,6 miljoen (bestaande uit waardeveranderingen vastgoed in exploitatie) ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen.

D Voorzieningen

  2018 2017
15. Voorziening reorganisatiekosten 85 0
16. Overige voorzieningen 320 139
Totaal 405 139

15. Voorziening reorganisatiekosten

In 2018 is een voorziening gevormd voor kosten voor twee medewerkers waarvoor een vaststellingsovereenkomst is opgesteld.

  2018 2017
Stand 1 januari 2018 0 0
Dotatie 85 0
Onttrekking 0 0
Vrijval 0 0
Stand 31 december 2018 85 0

Waarvan:    
looptijd < 1 jaar 85 0
looptijd > 5 jaar 0 0

16. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen en het verloop ervan in het boekjaar is als volgt:

  Jubileum-uitkeringen Loopbaan-ontwikkeling Totaal
Stand 1 januari 2018 139 0 139
Dotatie 23 168 191
Toevoeging rente 0 0 0
Onttrekking -4 -6 -10
Vrijval 0 0 0
Stand 31 december 2018 158 162 320

Waarvan:      
looptijd < 1 jaar 1 36 37
looptijd > 5 jaar 157 0 157

De voorziening loopbaanontwikkeling  bestaat uit toekomstige uitgaven ter stimulering van de loopbaanontwikkeling. Deze verplichting vloeit voort uit de CAO woondiensten en wordt in verband met haar omvang in boekjaar 2018 in de balans verantwoord.

E Langlopende schulden

  Effectieve rente % > 5 jaar > 1 jaar Totaal
17. schulden/leningen overheid 5,27% 5.353 2.113 7.467
18. schulden/leningen kredietinstellingen 3,82% 148.650 31.850 180.500
Totaal   154.003 33.963 187.966

Langlopende schulden met een resterende looptijd van minder dan één jaar, waaronder de aflossingsverplichtingen voor komend jaar, zijn verantwoord onder de kortlopende schulden. De leningenportefeuille is in hoofdzaak opgenomen in de vorm van diverse annuïteitenleningen.

Voor een toelichting op de renterisico’s en reële waarde wordt verwezen naar de paragraaf financiële instrumenten.
 

  Overheid Krediet-instellingen Totaal
Verantwoord onder langlopende schulden 7.953 168.356 176.309
Verantwoord onder kortlopende schulden 464 7.596 8.060
Stand 1 januari 2018 8.417 175.952 184.369
Nieuwe leningen 0 20.100 20.100
Aflossingen -464 -7.597 -8.061
Aflossingsverplichting komend boekjaar -486 -7.955 -8.441
Stand 31 december 2018 7.467 180.500 187.966

Naast deze leningen is ultimo 2018 geen financiering aangetrokken met uitgestelde stortingen in 2019.

Zekerheden

Alle leningen overheid en kredietinstellingen zijn volledig geborgd door het WSW. Voor de door het WSW geborgde leningen heeft Patrimonium zich verbonden het onderliggend onroerend goed in exploitatie met een boekwaarde van € 669,0 miljoen (2017: € 590,8 miljoen) niet zonder toestemming te bezwaren, van bestemming te veranderen, te vervreemden of teniet doen gaan.

Achterstelling

Onder de schulden/leningen overheid en kredietinstellingen is geen achtergestelde schuld begrepen. 

Aflossingssysteem

De leningen worden afgelost op basis van het annuïtaire dan wel het fixe systeem.

F Kortlopende schulden

  2018 2017
19. Schulden aan overheid 486 464
20. Schulden aan kredietinstellingen 7.956 7.597
21. Schulden aan leveranciers 2.441 2.381
22. Belastingen en premies sociale verzekeringen 112 4.443
23. Schulden ter zake van pensioenen 41 0
24. Overige schulden 1.866 354
25. Overlopende passiva 4.024 3.761
Totaal 16.926 18.999

19. Schulden aan overheid

  2018 2017
Aflossingsverplichting komend boekjaar 486  464 
Totaal 486 464

In 2018 heeft een herrubricering plaatsgevonden en is de transitorische rente onder de overlopende passiva verantwoord. De vergelijkende cijfers 2017 zijn mede voor het inzicht op deze wijze aangepast.

Zekerheden

Er zijn geen zekerheden gesteld in het kader van bij overheid verkregen financieringen.

20. Schulden aan kredietinstellingen

  2018 2017
Aflossingsverplichting komend boekjaar 7.956 7.597
Totaal 7.956 7.597

In 2018 heeft een herrubricering plaatsgevonden en is de transitorische rente onder de overlopende passiva verantwoord. De vergelijkende cijfers 2017 zijn mede voor het inzicht op deze wijze aangepast.

Zekerheden

Door de huisbankier zijn aan Patrimonium kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten ter beschikking gesteld voor een totaalbedrag van € 2,0 miljoen per 31 december 2018. Tegenover deze faciliteiten is geen zekerheid verstrekt.

Per balansdatum is binnen de kasgeldfaciliteit en binnen de rekening-courantfaciliteit nihil opgenomen. De verschuldigde rente van deze faciliteiten is variabel (Euribor plus opslag).
 

22. Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2018 2017
Vennootschapsbelasting lopende boekjaar 0 1.152
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren 0 2.008
Verhuurderheffing 0 840
Omzetbelasting boekjaar 377 442
Omzetbelasting suppletie -265 0
Totaal 112 4.443

De post verschuldigde vennootschapsbelasting van het boekjaar betreft de naar verwachting te betalen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels volgens de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Voor wat betreft de vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren, heeft een herziening plaats gevonden over de boekjaren 2016 en 2015 met name voor wat betreft het fiscale gedeelte van de onderhoudskosten.

24. Overige schulden

  2018 2017
Te betalen accountants- en advieskosten 147 106
Te betalen assurantiekosten 0 13
Te betalen salariskosten 0 164
Te betalen km kosten 0 1
Te betalen kosten i.v.m. overlast 0 23
Te betalen afrekening energiebedrijf 0 25
Te betalen bouw- en onderhoudskosten 1.679 0
Te betalen huur Zinn 0 22
Lief en Leed personeel 4 0
Waarborgsommen 37 0
Totaal 1.866 354

Alle schulden zijn kortlopend, korter dan 1 jaar. De schulden zijn in 2018 hoger dan in 2017 doordat enkele nieuwbouwnota’s zijn ontvangen. Deze nota’s zijn begin 2019 voldaan.

25. Overlopende passiva

  2018 2017
Vooruitontvangen huren 451 338
Opgebouwde rentelasten (transitorische rente) 3.359 3.366
Vakantiedagen 214 0
Diversen 0 56
Totaal 4.024 3.760

Alle schulden zijn kortlopend, kleiner dan 1 jaar

In 2018 heeft een herrubricering plaatsgevonden en is de transitorische rente onder de overlopende passiva verantwoord. De vergelijkende cijfers boekjaar 2017 zijn mede voor het inzicht op deze wijze aangepast.
 

Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico’s

De primaire financiële instrumenten van Patrimonium, anders dan derivaten, dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Patrimonium is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico’s zoals rente- en liquiditeitsrisico’s. 

Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille. In dit kader maakt Patrimonium geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswaps ter afdekking van het renterisico dat ontstaat uit haar financieringsactiviteiten. Het beleid van Patrimonium is om niet te handelen in financiële instrumenten voor speculatieve doeleinden.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van Patrimonium zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico, renterisico (prijs- en kasstroomrisico) en marktrisico. 

Het beleid van Patrimonium om deze risico’s te beperken is als volgt.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico’s)

Patrimonium loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (indien op enig moment aanwezig), liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). 

Renteprijsrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen

Ter beoordeling van het prijsrisico dat Patrimonium loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden:

Leningen vaste rentevoet 2018
(onderhevig aan renteprijsrisico)
Renteklasse < 3% Renteklasse 3% – 4% Renteklasse 4% – 5% Renteklasse 5% – 6% Renteklasse 6% – 7% Renteklasse > 7% Totaal
Restant looptijd:              
1 – 4 jaar 1.191 2.949 1.172 1.417 0 0 6.729
5 – 9 jaar 0 683 775 15.148 4.112 293 21.010
10 – 14 jaar 0 7.073 14.963 0 4.730 186 26.952
15 – 19 jaar 337 5.038 8.534 4.043 0 222 18.173
> 20 jaar 19.500 0 75.615 6.930 0 0 102.045
Totaal 21.027 15.743 101.058 27.537 8.842 701 174.909

Leningen vaste rentevoet 2017
(onderhevig aan renteprijsrisico)
Renteklasse < 3% Renteklasse 3% – 4% Renteklasse 4% – 5% Renteklasse 5% – 6% Renteklasse 6% – 7% Renteklasse > 7% Totaal
Restant looptijd:              
1 – 4 jaar 216 771 0 221 0 0 1.208
5 – 9 jaar 975 2.861 1.946 14.531 4.112 293 24.718
10 – 14 jaar 0 7.073 14.963 1.813 4.730 186 28.765
15 – 19 jaar 337 5.038 8.534 4.042 0 222 18.173
> 20 jaar   0 75.615 6.930 0 0 82.545
Totaal 1.528 15.743 101.058 27.537 8.842 701 155.409

Leningen variabele rentevoet 2018
(onderhevig aan rentekasstroomrisico)
Renteklasse < 3% Renteklasse 3% – 4% Renteklasse 4% – 5% Renteklasse 5% – 6% Renteklasse 6% – 7% Renteklasse > 7% Totaal
Restant looptijd:              
1 – 4 jaar 0 0 0 0 0 0 0
5 – 9 jaar 0 0 0 0 0 0 0
10 – 14 jaar 0 0 0 0 0 0 0
15 – 19 jaar 0 0 0 0 0 0 0
> 20 jaar 21.500 0 0 0 0 0 21.500
Totaal 21.500 0 0 0 0 0 21.500

Leningen variabele rentevoet 2017
(onderhevig aan rentekasstroomrisico)
Renteklasse < 3% Renteklasse 3% – 4% Renteklasse 4% – 5% Renteklasse 5% – 6% Renteklasse 6% – 7% Renteklasse > 7% Totaal
Restant looptijd:              
1–4 jaar 0 0 0 0 0 0 0
5–9 jaar 0 0 0 0 0 0 0
10–14 jaar 0 0 0 0 0 0 0
15–19 jaar 0 0 0 0 0 0 0
> 20 jaar 20.900 0 0 0 0 0 20.900
Totaal 20.900 0 0 0 0 0 20.900

De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten, gegroepeerd onder vaste rentevoet, is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar, het betreft hier een tweetal roll-over leningen. De andere financiële instrumenten van Patrimonium zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

De effectieve rentevoet van de leningen overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 3,88%.

Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen

Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de jaarlijkse bedragen betreffende de contractueel bepaalde kasstromen 

  Jaar- aflossingen Eind- aflossingen Rente- conversies
2019 8,1 miljoen 0,3 miljoen
2020 8,4 miljoen 0,1 miljoen
2021 8,1 miljoen 0,3 miljoen 0,3 miljoen
2022 7,3 miljoen 1,5 miljoen 0,1 miljoen
2023 7,7 miljoen 0,1 miljoen
> 2023 91,2 miljoen 61,5 miljoen 1,4 miljoen

De looptijd van de leningenportefeuille overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld respectievelijk 12,2 jaar (2017: 12,2 jaar) en 15,9 jaar (2017: 16,1 jaar). 

Hierna worden de renterisico’s van de leningenportefeuille per leningsoort toegelicht:

  • De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:
    •    op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
    •    de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
  • Verlengen tegen een in de leningsovereenkomst opgenomen rentepercentage (putoptie). Het risico van deze lening betreft:
    •    op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de actuele rente voor een vergelijkbare lening;
    •    het herfinancieringsrisico van de eindaflossing van de lening in een nieuwe lening met een hogere of lagere rente.
  • De variabele leningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een kredietopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De kredietopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd vijf jaar bedraagt. Na vijf jaar dient een nieuwe kredietopslag met de bank overeengekomen te worden. De kredietopslag van de huidige variabele leningen bedraagt tussen de 0,13 basispunten en de 0,43 basispunten.

Kredietrisico

Patrimonium handelt enkel met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgesteld om de kredietwaardigheid te bepalen. Tevens heeft Patrimonium richtlijnen opgesteld om de omvang van het kredietrisico bij elke financiële instelling en debiteur te beperken. Bovendien bewaakt Patrimonium voortdurend haar vorderingen en hanteert Patrimonium een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico voor Patrimonium minimaal. Het maximale kredietrisico aangaande vorderingen, liquide middelen en niet in de balans opgenomen financiële activa is weergegeven onder de desbetreffende toelichtingen. Binnen Patrimonium zijn geen belangrijke concentraties van kredietrisico’s.

Liquiditeitsrisico

Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties 

Reële waarde

Voor de variabele leningen loopt Patrimonium het risico dat de reële waarde van de leningen stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten. 

Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen (€ 174,9 miljoen) loopt Patrimonium het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. prijsrisico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

De reële waarde van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van Patrimonium luidt als volgt:
 

  Boekwaarde 2018 Boekwaarde 2017 Reële waarde 2018 Reële waarde 2017
Financiële activa        
Vorderingen onder financiële vaste activa (exclusief derivaten)  2.025   1.939   2.025   1.939 
Vlottende vorderingen (exclusief derivaten)  2.073   1.134   2.073   1.134 
Liquide middelen  6.479   3.205   6.479   3.205 
   10.577   6.278   10.577   6.278 
Financiële verplichtingen        
Langlopende schulden (exclusief renteswaps)  187.966   176.309   268.505   254.678 
Kortlopende schulden (exclusief renteswaps)  16.927   18.999   17.951   18.999 
   204.894   195.308   286.456   273.677 
         
Niet in de balans opgenomen financiële instrumenten:        
Toegezegde leningen 0 0 0 0
Garantstellingen 0 0 0 0
         
Totaal  215.471   201.586   297.033   279.955 

Grondslagen voor de reële waarde

De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten:

Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden

Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.

Langlopende schulden

De reële waarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente conform de rentecurve d.d. 29 december 2018 (2017: 29 december 2017). Variërend van 1 maandstarief (maandcurve) -0,363% tot en met 30 jaar 1,380% (2017: -0,386% tot en met 1,387%) en de 6 maands curve, 6 maandstarief -0,237% tot en met 50 jaar 1,359% (2017: 0,271% tot en met 1,487%).

Hedges

Patrimonium maakt geen gebruik van rentederivaten (renteswaps of rentecaps). Om die reden zijn hedge-instrumenten (renteswap- en rentecapcontracten) niet van toepassing.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting

Leningen van toegelaten instellingen die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Op grond van deze borgstelling zijn corporaties verplicht een obligo aan te houden ter grootte van een bepaald percentage van 3,85% (2017: 3,85%) over het schuldrestant van de door hen aangetrokken en door het WSW geborgde leningen. Met deze obligoverplichting staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2018 heeft Patrimonium een aangegane obligoverplichting van € 7,5 miljoen (2017: € 6,8 miljoen).

Deze verplichting is voorwaardelijk: zij is opeisbaar indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.

Operationele lease

Patrimonium heeft als lessee ultimo 2018 operationele leasecontracten voor twee bedrijfswagens afgesloten. De toekomstige minimale leasebetalingen daarvan zijn als volgt te specificeren:

  2018 2017
periode <= 1 jaar 26 16
1 jaar < periode <= 5 jaar 35 10
periode > 5 jaar 6 0
Totaal 67 26

In 2018 is een totaalbedrag van € 18 duizend aan leasebetalingen in de winst-en-verliesrekening verwerkt bestaande uit leasetermijnen inzake bedrijfsauto’s.

Heffing voor saneringssteun

De Autoriteit Woningcorporaties (Aw) heeft aan de corporatiesector een heffing voor saneringssteun opgelegd. Het WSW heeft bij de opvraag van de prognose-informatie 2018-2022 aangegeven dat rekening gehouden moet worden met een heffing voor saneringssteun in de jaren 2018 tot en met 2022 van jaarlijks 1,0% van de jaarlijkse huursom. Op basis van deze percentages en de geschatte jaarlijkse huursom verwacht de corporatie dat de heffing in de komende jaren als volgt zal zijn:

  • 2019: € 387.000;
  • 2020: € 391.000;
  • 2021: € 395.000;
  • 2022: € 399.000.

Juridische claims

Er zijn geen claims tegen Patrimonium ingediend. 

Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen

Aangetrokken, nog niet opgenomen leningen

Patrimonium heeft ultimo 2018 geen leningen aangetrokken met een stortingsdatum na balansdatum voor investeringen en herfinancieringen.

Erfpachtverplichtingen

Ten aanzien van de onroerende zaken in exploitatie zijn erfpachtverplichtingen aangegaan voor een bedrag van in totaal € 1.000 per jaar.

Investeringsverplichtingen

Per balansdatum is Patrimonium investeringsverplichtingen aangegaan met betrekking tot de nieuwbouw van sociaal vastgoed. Dit betreft de volgende projecten:

a.    De bouw van 60 huurwoningen in Selwerd. De totale investering bedraagt naar huidig inzicht € 13,6 miljoen , waarvan € 6,2 miljoen onrendabel. Per 31 december 2018 bedraagt de resterende investeringsverplichting € 7,1 miljoen.

b.    De bouw van 24 huurwoningen, 24 intramurale zorgeenheden en 1 multifunctioneel centrum in Beijum. De totale investering bedraagt naar huidig inzicht € 10,2 miljoen, waarvan € 3,6 miljoen onrendabel. Per 31 december 2018 bedraagt de resterende investeringsverplichting € 0,1 miljoen.

Het onrendabel deel is in de jaarrekening verwerkt. Deze verplichtingen komen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van één tot vijf jaar na balansdatum.

Er is sprake van niet in de balans opgenomen investeringsverplichtingen voor nieuwbouw van woningen voor een totaalbedrag van € 2,4 miljoen, zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Eventueel uit de contracten voorvloeiende verliezen als gevolg van onrendabele investeringen zijn voorzien in de jaarrekening.

Onderhoudsverplichtingen

Er zijn geen buitengewone onderhouds- en renovatieverplichtingen aangegaan in verhouding tot de normale bedrijfsomvang.

Prestatieafspraken

Patrimonium heeft met de gemeente Groningen en de Huurdersorganisatie van Patrimonium geen meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen gedurende 2018-2022.

Verkoop woningen

Op balansdatum is geen sprake van verkochte woningen.

Bankgaranties

Patrimonium heeft geen garanties afgegeven.

Afnameverplichting woningen

Patrimonium heeft zich niet verplicht om bij oplevering van niet verkochte koopwoningen af te nemen. 

Aansprakelijkheid VOF en CV-belangen

Patrimonium heeft geen belangen in een VOF of CV.

Aansprakelijkheid bij fiscale eenheid

De corporatie vormt geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting of de omzetbelasting.  

Niet in de balans opgenomen activa

Er is per balans datum geen sprake van niet in de balans opgenomen activa.

Toelichting op de winst-en-verliesrekening

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

26. Huuropbrengsten

  2018 2017
Woningen en woongebouwen DAEB 37.448 37.040
Woningen en woongebouwen niet-DAEB 608 595
Onroerende zaken niet zijnde woningen DAEB 169 89
Onroerende zaken niet zijnde woningen niet-DAEB 1.293 1.281
  39.518 39.005
Huurderving wegens leegstand -354 -492
Huurderving wegens oninbaarheid -36 0
Totaal 39.128 38.513

Patrimonium heeft als lessor operationele leasecontracten afgesloten voor haar vastgoed waarbij sprake is van contracten voor onbepaalde tijd welke grotendeels tussentijds opzegbaar zijn (één maand opzegtermijn).

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2018 bedroeg 1,2% (1 juli 2017: 1,0%). 
De huuropbrengsten in 2018 bedragen € 39,1 miljoen en zijn daarmee dan € 0,6 miljoen hoger dan de huurinkomsten in 2017. Deze hogere huurinkomsten bestaan voornamelijk uit de doorgevoerde huurverhoging. 

In het kader van de huursombenadering, is de totale huurverhoging voor het van toepassing zijnde deel van de portefeuille 0,2% (2017: 0,93%).
 

27. Opbrengsten servicecontracten

  2018 2017
Vergoedingen van huurders voor leveringen en diensten 1.918 1.658
Derving wegens oninbaarheid -13 0
Totaal 1.904 1.658

28. Lasten servicecontracten

  2018 2017
Servicecontracten 1.725 1.798
Toegerekende organisatiekosten 0 0
Totaal 1.725 1.798

De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast. 

Jaarlijks vindt afrekening plaats met de huurders met betrekking tot de leveringen en diensten over het voorgaande jaar.

29. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

  2018 2017
Overige opbrengsten -44 0
Toegerekende organisatiekosten 821 1.258
Totaal 777 1.258

Grondslagen voor de toegerekende organisatiekosten

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur, verkoop en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid. De kostenverdeling vindt hoofdzakelijk plaats op basis van fte.

Toerekening organisatiekosten

  2018 2017
Lonen en salarissen 3.278 2.927
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 354 301
Overige personeelskosten 1.365 229
Overige toe te rekenen kosten 2.090 1.314
Toe te rekenen organisatiekosten 7.086 4.772
     
Organisatiekosten toegerekend aan:    
‒ Lasten verhuur en beheeractiviteiten 821 1.258
‒ Lasten onderhoudsactiviteiten 2.990 2.123
‒ Overige directe lasten exploitatie bezit 0 0
‒ Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 30 50
‒ Leefbaarheid 238 0
‒ Overige organisatiekosten 3.007 1.341
Totaal toegerekende organisatiekosten 7.086 4.772

In 2018 heeft een herrubricering plaatsgevonden en zijn organisatiekosten die niet via een verdeelsleutel zijn toegerekend afzonderlijk gepresenteerd. Het betreft hier overige directe lasten exploitatie bezit en kosten inzake leefbaarheid. De vergelijkende cijfers 2017 zijn mede voor het inzicht op deze wijze aangepast.

De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van het aantal fte: idem). Op basis hiervan is onderstaande verdeelstaat toegepast op de toe te rekenen organisatiekosten:

  2018 2017
‒ Lasten verhuur en beheeractiviteiten 12% 26%
‒ Lasten onderhoudsactiviteiten 42% 44%
‒ Overige directe lasten exploitatie bezit 0% 0%
‒ Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 0% 1%
‒ Leefbaarheid 3% 0%
‒ Overige organisatiekosten 42% 28%
Totaal toegerekende organisatiekosten 100% 100%

Lonen en salarissen

De totale personeelslasten voor Patrimonium bestaan uit de volgende componenten:

  2018 2017
Salarissen 2.500 2.238
Sociale lasten 423 371
Pensioenen 355 318
Overige personeelskosten 1.365 229
Totaal 4.643 3.156

Bij Patrimonium waren in 2018 gemiddeld 55 werknemers in dienst (2017: 48). Het aantal fulltime equivalenten bedroeg in 2018 gemiddeld 50,1 fte (2017: 43,3 fte). Deze werknemers waren in 2018 allen in Nederland werkzaam (2017: idem). De uitsplitsing naar organisatie- onderdeel is als volgt (aantal fte):

  2018 2017
Directie/secretariaat 3,4 3,6
Financiële administratie 7,4 6,7
Verhuur en bewonerszaken 11,2 6,6
Technische dienst 28,1 26,4
Totaal 50,1 43,3

Pensioenlasten

De gehanteerde pensioenregeling van Patrimonium is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioenleeftijd is afhankelijk van de AOW pensioenleeftijd.
  • De regeling kent zowel een levenslang als een tijdelijk partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd op risicobasis.
  • Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast met een maximum van 25% van de ouderdomspensioengrondslag respectievelijk 25% van de ouderdomspensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.
  • De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  • Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2018 110,3% (ultimo 2017: 115,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2018 115,9% (ultimo 2017: 113,4%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,1% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. Omdat de beleidsdekkingsgraad lager is dan de vereiste dekkingsgraad van 125,6% is er sprake van een reservetekort. SPW zal daarom jaarlijks een herstelplan indienen bij DNB waarin wordt aangetoond hoe het pensioenfonds verwacht dat binnen tien jaar tijd de dekkingsgraad herstelt tot het niveau van de vereiste dekkingsgraad. Het bestuur heeft verder een financieel crisisplan opgesteld waarin is beschreven welke aanvullende maatregelen kunnen worden genomen om tijdig herstel mogelijk te maken. Het bestuur zal, indien blijkt dat het fonds niet tijdig kan herstellen, conform dit financieel crisisplan, aanvullende maatregelen moeten nemen. 

Tevens heeft het bestuur van het pensioenfonds in 2017 besloten de opgebouwde aanspraken van (gewezen) deelnemers en de ingegane pensioenen per 1 januari 2018 te verhogen met een gedeeltelijke toeslag. Er was ruimte voor een gedeeltelijke toeslag omdat de beleidsdekkingsgraad per eind oktober 2017 hoger was dan 110%. Het fonds had echter onvoldoende middelen voor een volledige toeslag. Daarvoor moet de beleidsdekkingsgraad hoger zijn dan 128%. Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden betekende de gedeeltelijke toeslag een verhoging van de opgebouwde aanspraken met 0,22%. De ambitie van het fonds was 1,40%. Voor actieve deelnemers is geen toeslag verleend, doordat er in de branche Woningcorporaties geen sprake is geweest van een loonstijging in de periode van 31 juli 2016 tot en met 31 juli 2017.

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor Patrimonium:

  2018 2017
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 354 301
Totaal 354 301

Accountantskosten

De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor Patrimonium:

2018 Ernst & Young Accountants LLP Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 167 167
Andere controleopdrachten 15 15
Adviesdiensten op fiscaal terrein 0 0
Andere niet-controlediensten 0 0
Totaal 182 182

2017 Deloitte Accountants B.V. Ernst & Young Accountants LLP Deloitte Belasting-adviseurs B.V. Totaal    
Onderzoek van de jaarrekening 165 144 0 309    
Andere controleopdrachten 18 15 0 33    
Adviesdiensten op fiscaal terrein 0 0 22 22    
Andere niet-controlediensten 0 0 0 0    
Totaal 183 159 22 364    

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2018 ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende 2018 zijn verricht.

30. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2018 2017
Planmatig onderhoud 4.920 6.973
Mutatieonderhoud 603 1.123
Reparatie-/klachtenonderhoud 3.805 3.056
Toegerekende organisatiekosten 2.990 2.123
Totaal 12.318 13.275

31. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

  2018 2017
Belastingen exploitatie 2.840 2.762
Verzekeringen 98 114
Verhuurderheffing 4.257 3.637
Overige directe kosten 989 252
Toegerekende organisatiekosten 0 0
Totaal 8.184 6.763

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

32. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Voor het verkochte sociaal en commercieel vastgoed in exploitatie is de boekwaarde de marktwaarde in verhuurde staat. Het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat bij verkoop van vorengenoemd vastgoed is derhalve beperkt, gezien het geringe verschil tussen de opbrengstwaarde en de boekwaarde.

De specificatie van de verkoopresultaten is als volgt:

  2018 2017
Verkoopopbrengst 2.893 2.464
Af: verkoopkosten -170 -245
toegerekende organisatiekosten -30 -50
marktwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.718 -1.704
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 976 465

De verkoopopbrengst betreft 16 verkochte woningen en 1 bedrijfsruimte (2017: 16 woningen en 1 bedrijfsruimte). Door de verkopen in 2018 is van de herwaarderingsreserve € 1,0 miljoen gerealiseerd.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

35. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2018 2017
Afwaardering vastgoed in ontwikkeling -3.021 -257
Totaal -3.021 -257

36. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2018 2017
Waardeveranderingen DAEB vastgoed in exploitatie 73.998 -790
Waardeveranderingen Niet-DAEB vastgoed in exploitatie -1.530 3.946
Totaal 72.468 3.156

Netto resultaat overige activiteiten

37. Opbrengsten overige activiteiten

  2018 2017
Overige opbrengsten 0 24
Totaal 0 24

Kosten overige activiteiten

Er zijn geen kosten toegerekend met betrekking tot overige activiteiten.

Overige organisatiekosten

  2018 2017
Kosten uit hoofde van governance 115 107
Toegerekende organisatiekosten 3.007 1.341
Totaal 3.122 1.448

In 2018 heeft een herrubricering plaatsgevonden en zijn de kosten uit hoofde van governance afzonderlijk verantwoord. De vergelijkende cijfers 2017 zijn mede voor het inzicht op deze wijze aangepast.

Leefbaarheid

  2018 2017
Leefbaarheidsbijdrage schone woonomgeving/overlast/veiligheid 279 732
Toegerekende organisatiekosten 238 0
Totaal 518 732

Saldo financiële baten en lasten

  2018 2017
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1 0
Rentelasten en soortgelijke kosten:    
‒ Rente op leningen overheid en kredietinstellingen -7.634 -7.787
‒ Borgstellingsvergoeding -6 -13
‒ Overig -94 -22
Totaal -7.734 -7.822

Belastingen

Belastingdruk winst-en-verliesrekening

De belastinglast/-bate over het resultaat in de winst-en-verliesrekening bestaat uit de volgende

  2018 2017
Belastingen over resultaat huidig boekjaar 20 -961
Aanpassingen in verband met belastingen vorige boekjaren 2.455 -2.008
Mutatie latente belastingvorderingen 84 778
Totaal belastinglast/-bate 2.559 -2.191

De post aanpassingen in verband met belastingen vorige boekjaren ad. € 2.455 volgt uit een nadere beoordeling op het onderscheid tussen onderhoudslasten en verbeteringsinvesteringen over de jaren 2015 en 2016. Aangezien niet alle verschillen tussen de fiscale en bedrijfseconomische waarde tot waardering worden gebracht, leidt deze herbeoordeling niet tot een verschuiving tussen de acute en latente belastingpositie in de jaarrekening 2018. De herbeoordeling heeft geleid tot aanpassing van de aangifte vennootschapsbelasting 2015 en 2016

Aansluiting toepasselijk en effectieve belastingtarief

Het toepasselijk (wettelijk) belastingtarief bedraagt 25% (2017: 25%). Het effectieve belastingtarief, zijnde de belastinglast in de winst-en-verliesrekening uitgedrukt als % van het jaarresultaat voor belastingen, bedraagt –3,35% (2017: 20,94%).

in %

  2018 2017
Nominale belastingdruk 25,00% 25,00%
     
Permanente verschillen:    
Beperkte aftrek kosten (forfait) 0,00% 0,02%
Saneringsheffing 0,13%  
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 0,00%  
     
Effect tijdelijke verschillen niet gewaardeerd in latenties -24,60% -19,59%
     
Effect tariefsaanpassing/contactmaking -0,72% 2,89%
     
Correctie vennootschapsbelasting voorgaande jaren -3,21% -6,61%
     
Afrondingen 0,05% 19,24%
     
Effectief tarief -3,35% 20,94%

De afwijking ten opzichte van het nominaal tarief wordt verklaard door de correcties uit voorgaande jaren en afwijkingen met een permanent karakter, niet tot waardering gebrachte tijdelijke verschillen en het verschil tussen de nominale en contante waarde van de latenties. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de toelichting van de latente belastingvorderingen (5).

Bezoldiging van de directie en de commissarissen

De bezoldiging van huidige en gewezen directie en commissarissen die in het boekjaar ten laste van de toegelaten instelling zijn gekomen, bedragen respectievelijk € 156.403 (2017: € 150.262) en 
€ 84.260 (2017: € 71.377)

Wet Normering Topinkomens

De WNT is van toepassing op Patrimonium. Het voor Patrimonium toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2018 € 156.000: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse F.

Bezoldiging topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

bedragen x € 1 ing. A. de Vries
Functiegegevens directeur-
bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) 1
(Fictieve dienstbetrekking? Ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  135.473 
Beloningen betaalbaar op termijn  20.770 
Subtotaal  156.243 
   
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  156.000 
   
-/- Onverschuldigd betaald bedrag  
Totale bezoldiging  156.243 
   
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering vanwege onverschuldigde betaling n.v.t.
   
Gegevens 2017  
Aanvang en einde functievervulling in 2017 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband 2017 (in fte) 1,0
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  130.104 
Beloningen betaalbaar op termijn  20.158 
Totale bezoldiging 2017  150.262 

De totale bezoldiging voor 2018 bedraagt € 156.243, waardoor sprake is van een overschrijding van € 243. Dit betreft een optische overschrijding conform artikel 3, tweede lid, uitvoeringsregeling WNT, als gevolg van een nabetaling in 2018 van een post welke betrekking heeft op 2017 en derhalve is er geen sprake van een feitelijke overschrijding. In dit bedrag is een nabetaling over 2017 opgenomen van € 738. Er is derhalve geen sprake van een onverschuldigde betaling. 

De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).

Toezichthoudende topfunctionarissen

bedragen x € 1 mr. drs F.C.A. van der Meulen P.W. Pruim A.W.V. Hak
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2018 [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12]
       
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  16.666   11.266   11.508 
Beloningen betaalbaar op termijn 0 0 0
Subtotaal  16.666   11.266   11.508 
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  23.400   15.600   15.600 
       
-/- Onverschuldigd betaald bedrag 0 0 0
Totale bezoldiging  16.666   11.266   11.508 
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering vanwege onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
       
Gegevens 2017      
Aanvang en einde functievervulling in 2017 [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12]
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  14.466   9.565   9.466 
Beloningen betaalbaar op termijn 0 0 0
Totale bezoldiging 2017  14.466   9.565   9.466 

bedragen x € 1 J.G. Waanders - Kolhoop M. Boer dr. ing. J. Veuger R.C.E.J. van den Hoogen - Lensen
Functiegegevens Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2018 [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12]
         
Bezoldiging        
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  11.266   11.266   11.266   11.266 
Beloningen betaalbaar op termijn 0 0 0 0
Subtotaal  11.266   11.266   11.266   11.266 
         
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  15.600   15.600   15.600   15.600 
         
-/- Onverschuldigd betaald bedrag 0 0 0 0
Totale bezoldiging  11.266   11.266   11.266   11.266 
         
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering vanwege onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
         
Gegevens 2017        
Aanvang en einde functievervulling in 2017 [01-01] – [31-12] [01-01] – [31-12] [01-07] – [31-12] [01-07] – [31-12]
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  9.466   9.466   9.466   9.482 
Beloningen betaalbaar op termijn 0 0 0 0
Totale bezoldiging 2017  9.466   9.466   9.466   9.482 

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2018 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Samenstelling geldmiddelen

Liquide middelen per 31 december 2017 3.205  
Zeer liquide effecten per 31 december 2017 0  
Geldmiddelen per 31 december 2017   3.205
     
Balansmutatie geldmiddelen in 2018   3.274
     
Liquide middelen per 31 december 2018 6.479  
Zeer liquide effecten per 31 december 2018 0  
Geldmiddelen per 31 december 2018   6.479

Toelichting op kasstromen

De geldmiddelen staan vrij ter beschikking van Patrimonium.

De kasstroom inzake verhuurdersheffing (1.11 b) wijkt af van kosten leefbaarheid in de winst-en-verliesrekening. Dit verschil betreft een nabetaling van in 2018 te weinig betaalde verhuurdersheffing.

De kasstroom inzake vennootschapsbelasting (1.13) wijkt af van de post belastingen (40) in de winst-en-verliesrekening. Voor een toelichting op dit verschil verwijzen we naar de toelichting op de post belastingen (40) in de winst-en-verliesrekening.
 

Gebeurtenissen na balansdatum bij de jaarrekening

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum met belangrijke financiële gevolgen voor Patrimonium.

Afzonderlijke primaire overzichten

Algemeen

Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 heeft Patrimonium onderscheid aangebracht tussen diensten van algemeen economische belang (DAEB tak) en de overige diensten (niet-DAEB tak). Daartoe zijn een afzonderlijke balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht voor respectievelijk de DAEB tak en de niet-DAEB tak opgesteld.

Aard van de niet-DAEB activiteiten

De niet-DAEB activiteiten van Patrimonium bestaan (conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”) met name uit bedrijfsonroerendgoed.

Grondslagen voor de splitsing

De belangrijkste uitgangspunten en grondslagen ten aanzien van de afzonderlijke primaire overzichten zijn:

  • Conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”, zijn de vastgoedbeleggingen in exploitatie gesplitst naar vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
  • Met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en de gerelateerde voorzieningen is onderscheid gemaakt op projectniveau, op basis van de daadwerkelijke projectplannen en de hieruit voortvloeiende classificatie.
  • In de DAEB-tak van Patrimonium is een post opgenomen inzake de nettovermogenswaarde van de niet-DAEB-tak (gelijk aan het eigen vermogen van de niet-DAEB-tak. Hierdoor is het eigen vermogen van de DAEB-tak gelijk aan het eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening.
  • De belastinglatenties zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak als ware zij het hoofd van de fiscale eenheid;
  • Ten aanzien van de liquide middelen is geen onderscheid te maken op basis van separate bankrekeningen. De splitsing is gemaakt op basis van de beginstand conform het goedgekeurde scheidingsvoorstel, gecorrigeerd voor de daaropvolgende “gesplitste” kasstromen.
  • Huuropbrengsten en onderhoudskosten zijn voor zover mogelijk gesplitst op basis van koppeling aan het betreffende vastgoed.
  • Voor overige opbrengsten en kosten, heeft Patrimonium een verdeelsleutel toegepast op basis van de huuropbrengsten van het vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
  • Voor de gescheiden kasstroomoverzichten is een identieke benadering toegepast als voor de gescheiden winst-en-verliesrekeningen.

Enkelvoudige balans DAEB tak per 31 december 2018 (voor winstbestemming)

Activa

(in duizenden euro's)

Activa
    2018
A. VASTE ACTIVA    
I Vastgoedbeleggingen    
DAEB vastgoed in exploitatie 638.231  
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 7.316  
    645.547
II Materiële vaste activa    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 893  
    893
III Financiële vaste activa    
Latente belastingvorderingen 1.927  
Overige effecten 1  
Interne lening 15.400  
Netto vermogenswaarde niet-DAEB 14.529  
    31.857
B. VLOTTENDE ACTIVA    
I Voorraden    
Overige voorraden 362  
    362
II Vorderingen    
Huurdebiteuren 255  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.299  
Overige vorderingen 129  
Overlopende activa 193  
    1.876
     
III Liquide middelen   6.212
     
Totaal activa   686.747

Passiva

(in duizenden euro’s)

Passiva
    2018
C. EIGEN VERMOGEN    
Herwaarderingsreserve 361.327  
Overige reserves 121.152  
    482.479
D. VOORZIENINGEN    
Voorziening reorganisatiekosten 81  
Overige voorzieningen 305  
    386
E. LANGLOPENDE SCHULDEN    
Schulden/leningen overheid 7.467  
Schulden/leningen kredietinstellingen 180.500  
    187.966
F. KORTLOPENDE SCHULDEN    
Schulden aan overheid 486  
Schulden aan kredietinstellingen 7.956  
Schulden aan leveranciers 1.966  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 0  
Schulden ter zake van pensioenen 39  
Overige schulden 1.627  
Overlopende passiva 3.842  
    15.916
     
Totaal passiva   686.747

Enkelvoudige winst-en-verliesrekening DAEB tak over 2018

(in duizenden euro's)

    2018
Huuropbrengsten 37.246  
Opbrengsten servicecontracten 1.813  
Lasten servicecontracten -1.643  
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -740  
Lasten onderhoudsactiviteiten -11.806  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -7.995  
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   16.876
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 3.410  
Toegerekende organisatiekosten -30  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -2.404  
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   976
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.021  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 73.998  
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   70.977
     
Overige organisatiekosten   2.972
Leefbaarheid   518
     
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.734  
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1  
Rentebaten interne lening 279  
Saldo financiële baten en lasten   -7.454
     
Resultaat voor belastingen   77.885
     
Belastingen   2.436
Resultaat niet-DAEB tak   -684
     
Resultaat na belastingen   79.637

Enkelvoudig kasstroomoverzicht DAEB tak 2018

(in duizenden euro's)

    2018
1. (A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
1.1 Huren 37.303  
1.1.1 Zelfstandige huurwoningen DAEB 36.025  
1.1.3 Onzelfstandige huurwoningen DAEB 107  
1.1.5 Intramuraal DAEB 1.095  
1.1.7 Maatschappelijk onroerend goed 76  
1.2 Vergoedingen 2.242  
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 264  
1.5b Renteontvangsten interne lening 279  
Saldo ingaande kasstromen   40.088
     
Uitgaven    
1.6 Erfpacht 1  
1.7 Personeelsuitgaven 2.998  
1.8 Onderhoudsuitgaven 9.288  
1.9 Overige bedrijfsuitgaven 8.687  
1.10 a Renteuitgaven (exclusief interne lening) 7.650  
1.11 a Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat 374  
1.11 b Verhuurdersheffing 5.103  
1.12 Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 290  
1.13 Vennootschapsbelasting 1.759  
Saldo uitgaande kasstromen   36.149
     
Kasstroom uit operationele activiteiten   3.939
     
2. (B) (Des)investeringsactiviteiten    
MVA ingaande kasstroom    
2.1 A Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 3.579  
2.5 A (Des)Investeringsontvangsten overig 2.476  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   6.055
     
MVA uitgaande kasstroom    
2.6 A Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden 8.940  
2.7 A Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden 9.065  
2.9 A Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 680  
2.14 A Investeringen overig 231  
2.15 A Externe kosten bij verkoop 180  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   19.096
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -13.041
     
FVA    
2.17.3 Ontvangsten aflossing interne lening 550  
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   550
     
Kasstroom uit (des-)investeringen   -12.491
     
3. (C) Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
3.1.1 Nieuwe te borgen leningen 20.100  
Uitgaand    
3.2.1 Aflossing geborgde leningen 8.061  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   12.039
     
4.1 Mutatie liquide middelen   3.488
4.2 Wijziging kortgeldmutaties   0
Mutatie geldmiddelen   3.488
     
Liquide middelen per 1 januari   2.724
Liquide middelen per 31 december   6.212
Mutatie geldmiddelen   3.488

Enkelvoudige balans niet-DAEB tak per 31 december 2018

Activa

(in duizenden euro's)

Activa
    2018
A. VASTE ACTIVA    
I Vastgoedbeleggingen    
Niet DAEB vastgoed in exploitatie 30.761  
    30.761
III Financiële vaste activa    
Latente belastingvorderingen 97  
    97
B. VLOTTENDE ACTIVA    
I Voorraden    
Overige voorraden 18  
    18
II Vorderingen    
Huurdebiteuren 13  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 52  
Overige vorderingen 7  
Overlopende activa 10  
    82
     
III Liquide middelen   266
     
Totaal activa   31.224

Passiva

(in duizenden euro’s)

Passiva
    2018
C. EIGEN VERMOGEN    
Herwaarderingsreserve 8.355  
Overige reserves 6.174  
    14.529
E. VOORZIENINGEN    
Voorziening reorganisatiekosten 4  
Overige voorzieningen 15  
    19
F. LANGLOPENDE SCHULDEN    
Interne lening 15.400  
    15.400
G. KORTLOPENDE SCHULDEN    
Schulden aan leveranciers 475  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 377  
Schulden ter zake van pensioenen 2  
Overige schulden 240  
Overlopende passiva 182  
    1.276
     
Totaal passiva   31.224

Enkelvoudige winst-en-verliesrekening niet-DAEB tak over 2018

(in duizenden euro's)

    2018
Huuropbrengsten 1.882  
Opbrengsten servicecontracten 91  
Lasten servicecontracten -83  
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -37  
Lasten onderhoudsactiviteiten -513  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -189  
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   1.152
     
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 477  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -477  
    0
     
     
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -1.530  
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -1.530
     
Overige organisatiekosten   149
     
Rentelasten interne lening -279  
Saldo financiële baten en lasten   -279
     
Resultaat voor belastingen   -807
     
Belastingen   123
     
Resultaat na belastingen   -684

Enkelvoudig kasstroomoverzicht niet-DAEB tak 2018

(in duizenden euro's)

    2018
1. (A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
1.1 Huren 1.765  
1.1.2 Zelfstandige huurwoningen niet-DAEB 577  
1.1.8 Bedrijfsmatig onroerend goed 836  
1.1.10 Parkeervoorzieningen niet-DAEB 352  
     
1.2 Vergoedingen 113  
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 13  
Saldo ingaande kasstromen   1.891
     
Uitgaven    
1.7 Personeelsuitgaven 151  
1.8 Onderhoudsuitgaven 383  
1.9 Overige bedrijfsuitgaven 437  
1.10 b Renteuitgaven interne lening 279  
1.11 a Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat 19  
1.13 Vennootschapsbelasting 88  
Saldo uitgaande kasstromen   1.357
     
Kasstroom uit operationele activiteiten   534
     
2. (B) (Des)investeringsactiviteiten    
MVA ingaande kasstroom    
2.1 B Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 477  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   477
     
MVA uitgaande kasstroom    
2.7 B Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -11  
2.9 B Aankoop, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 686  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   675
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -198
     
Kasstroom uit (des-)investeringen   -198
     
3. (C) Financieringsactiviteiten    
Uitgaand    
3.2.4 Aflossing interne lening 550  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -550
     
4.1 Mutatie liquide middelen   -214
4.2 Wijziging kortgeldmutaties   0
Mutatie geldmiddelen   -214
     
Liquide middelen per 1 januari   480
Liquide middelen per 31 december   266
Mutatie geldmiddelen   -214

Ondertekening van de jaarrekening

Groningen, 28 mei 2019
ing. A. de Vries
directeur- bestuurder
 

Raad van commissarissen

De jaarrekening is vastgesteld door de raad van commissarissen op 28 mei 2019.

mr. drs. F.C.A. van der Meulen
Voorzitter    

P.W. Pruim
Vice-voorzitter

M. Boer
Lid    

A.W.V. Hak
Lid

drs. R.C.E.J. van den Hoogen-Lensen
Lid    

dr. ing. J. Veuger MRE FRICS
Lid

J.G. Waanders – Kolhoop
Lid    

Overige gegevens

Statutaire regeling betreffende de bestemming van het resultaat

In de statuten van Patrimonium zijn geen bepalingen opgenomen aangaande de resultaatbestemming. De bestemming vindt plaats overeenkomstig de voorschriften die ter zake voor toegelaten instellingen gelden.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Bijlagen

Belanghebbenden

Onze voornaamste belanghebbenden op een rij.

Huurders:

  • GWHP
  • huurdersverenigingen Selwerd, Vinkhuizen, Corpus den Hoorn/Groningen-Zuid, Beijum
  • bewonerscommissie Palladiumflat, Centraal Wonen De Heerd, Radijsstraat, Diamantflat, La Liberté
  • welzijns-/activiteitencommissies seniorencomplexen
  • projectgebonden bewoners/projectadviescommissies bij groot onderhoud
  • Vereniging van Eigenaren (waar Patrimonium huurwoningen beheert)
  • woningzoekenden
  • de Woonbond

Overheden en corporaties:

  • gemeente Groningen: bestuur en beleidsmedewerkers, ambtelijke afdelingen
  • collega-corporaties in de stad Groningen: Lefier, De Huismeesters, Nijestee, Wierden en Borgen
  • collega-corporaties in de periferie: C14 (Groningen Oost; aardbevingsgebied)
  • Autoriteit woningcorporaties
  • WSW

Maatschappelijke organisaties op het terrein van veiligheid, welzijn en zorg: 

  • Leger des Heils 
  • ZINN 
  • Zorggroep Groningen 
  • Lentis 
  • NOVO 
  • Stichting TerWille 
  • Limor 
  • stichting Diaconale Jongerenhuisvesting CGK 
  • stichting Present 
  • stichting Exodus 
  • VNN
  • Groninger Kredietbank 
  • WIJ-teams

Overige belanghebbenden:

  • onderwijsinstellingen
  • Warmtestad (gemeente Groningen, Waterbedrijf, collega-corporaties en eigenaren vastgoed)
  • Grunneger Power (lokale energiecoöperatie)
  • Aedes
  • VTW

Het volgende is in 2018 o.a. besproken met belanghebbenden:

  • ZINN: overleg over algemene zaken, huurbeleid, extra investeringen, beheer locaties De Pelster, Platina, Zuiderflat en nieuwbouw Beukenhorst  
  • Zorggroep Groningen: overleg over nieuwbouw Beijum, een gecombineerd project met de gemeente en De Zijlen 
  • Collega-corporaties stad Groningen:

       - overleg informeel corporatiedirecteuren;
       - overleg prestatieafspraken.

  • Collega’s in de regio: C14 overleg, over de waardevermindering van het bezit, veiligheid, schadeafwikkeling, juridische inventarisatie, financiële perikelen, etc
  • De stadse corporaties hebben zich aangesloten bij de corporaties in het Deal gebied inclusief Acantus en Groninger Huis
  • Gemeente Groningen: overleg in het kader van de totstandkoming van de prestatieafspraken, samen met de huurdersorganisatie (later ingeschakeld); het bestuurlijke overleg van corporatiedirecteuren, wethouders en ambtelijke top.
  • Directie Waterbedrijf Groningen en bestuurders van aandeelhouders en corporaties (Bestuurlijk Overleg), betrokken bij Warmtestad.
  • Overleg H.W. Mesdagstraat: overleg met het Leger des Heils, buurtcommissie, gemeente en politie.

Convenanten

  • Damocles 
  • Warmtestad